Naar inhoud springen

namens

Uit WikiWoordenboek
  • na·mens
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1829 [1]
  • van genitief van naam

namens

  1. iemand in naam vertegenwoordigend
     – Goeie genade! Hoe moet ik mij dat voorstellen? Heeft iemand dat contract namens de mensheid ondertekend?.[2]
     Een van de weinigen die de verslagen heeft ingezien was de Nederlandse rechter Bert Röling, die namens Nederland lid was van het internationale militaire tribunaal in Tokyo.[3]
    • Hij werd door de dominee namens de gehele gemeente bedankt. 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]