nalaten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nalaten
liet na
nagelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

nalaten

  1. overgankelijk iets niet doen, dat men had zullen of moeten doen
    • Hij liet na de gevolgen ervan goed te overzien. 
  2. overgankelijk, (juridisch) in een testament toebedelen
    • Hij liet zijn vermogen na aan de kerk. 
     Terwijl ik dagenlang alleen doorliep richting Canada vroeg ik me steeds vaker af wat er zou gebeuren als ik morgen dood zou gaan. Wat zou ik mijn kinderen dan nalaten?[1]
Synoniemen
Vertalingen


Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be