naduiken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·dui·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naduiken
dook na
nagedoken
klasse 2 volledig

Werkwoord

naduiken

  1. ergatief iets dat in het water valt duikend volgen
    • Hij was een kind nagedoken dat in het water viel. 

Gangbaarheid