Naar inhoud springen

nachts

Uit WikiWoordenboek
  • nachts

nachts

  1. genitief van nacht
    • Maar, och! Ontijdelijck met dat zich eerst uitstreckte
      De schaduw dezes nachts, ontijdelijck ons weckte
      een jammerlijck geschrey[1]
       
     Als hij kan slapen, want Paul heeft last van insomnia en zwerft regelmatig 's nachts door het huis.[2]
     Je staat er mee op en gaat er mee naar bed, en 's nachts droom ik telkens van dat nare water en van Piet.[3]
55 %van de Nederlanders;
47 %van de Vlamingen.[4]
  1. Verlossinghe Israels
    Joost van den Vondel
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be