nachts
Uiterlijk
- nachts
nachts
- genitief van nacht
- Maar, och! Ontijdelijck met dat zich eerst uitstreckte
De schaduw dezes nachts, ontijdelijck ons weckte
een jammerlijck geschrey[1]
- Maar, och! Ontijdelijck met dat zich eerst uitstreckte
- ▸ Als hij kan slapen, want Paul heeft last van insomnia en zwerft regelmatig 's nachts door het huis.[2]
- ▸ Je staat er mee op en gaat er mee naar bed, en 's nachts droom ik telkens van dat nare water en van Piet.[3]
- Het woord nachts staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nachts" herkend door:
| 55 % | van de Nederlanders; |
| 47 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Verlossinghe Israels
Joost van den Vondel - ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Genitief in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 55 %
- Prevalentie Vlaanderen 47 %