nachtnet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nacht·net
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nachtnet nachtnetten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nachtnet o

  1. net van lijnen waar 's nachts treinen rijden
    • In de nieuwe dienstregeling van de spoorwegen kunnen op enkele plekken een paar dagen per week geen nachttreinen meer rijden. Tussen Schiphol en Amsterdam CS gaat het om drie doordeweekse nachten en het nachtnet slaat twee keer per week Delft over. [1] 
    • Bashir vreest over een paar maanden 'uitkleding' van het nachtnet. Wegens onderhoudswerkzaamheden rijden er dan onder meer tussen Schiphol en Amsterdam CS minder nachttreinen. [2] 
    • Lennard heeft aardig wat vertraging opgelopen waardoor hij de geplande 3.168 kilometer niet af kon leggen. Hij is uiteindelijk uitgekomen op 1.327 kilometer. "Naast de vertraging heb ik de deelnemers die in het westen van het land kunnen reizen met het NS nachtnet onderschat, zij konden natuurlijk veel eerder beginnen." Welke plek de Lennard heeft behaald weet hij nog niet. [3] 


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen