nabolags

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·bo·lags
Naar frequentie 37660

Zelfstandig naamwoord

nabolags

  1. genitief onbepaald onzijdig enkelvoud van nabolag

Zelfstandig naamwoord

nabolags

  1. genitief onbepaald onzijdig meervoud van nabolag


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·bo·lags
Naar frequentie 40700

Zelfstandig naamwoord

nabolags

  1. genitief onbepaald onzijdig enkelvoud van nabolag

Zelfstandig naamwoord

nabolags

  1. genitief onbepaald onzijdig meervoud van nabolag