nabestaande

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·be·staan·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nabestaande nabestaanden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nabestaande v/m

  1. familielid van iemand die overleden is.
    • De nabestaande regelde de uitvaart van de overledene. 
     Het gaat over de ervaringen van nabestaanden van overleden klimmers.[1]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be