naastenliefde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naas·ten·lief·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naastenliefde naastenliefdes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

naastenliefde v

  1. liefde jegens de medemens
    • Hij had veel naastenliefde in zich. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie