naak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naak

Werkwoord

vervoeging van
naken

naak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naken
    • Ik naak. 
  2. gebiedende wijs van naken
    • Naak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naken
    • Naak je?