naadloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naad·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van naad met het achtervoegsel -loos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen naadloos naadlozer naadloost
verbogen naadloze naadlozere naadlooste
partitief naadloos naadlozers -

Bijvoeglijk naamwoord

naadloos

  1. zonder merkbare overgang; zonder naad aan elkaar bevestigd
    Naadloze stalen buizen.
  2. ongemerkt, gladjes
Vertalingen

Bijwoord

naadloos

  1. op naadloze wijze
    Met Photoshop kun je twee foto's naadloos aan elkaar voegen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.