naïeveling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ie·ve·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van naïef met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord naïeveling naïevelingen
verkleinwoord naïevelingetje naïevelingetjes

Zelfstandig naamwoord

naïeveling m [1]

  1. persoon die naïef is, een onnozel, argeloos mens
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal