naïeveling
Uiterlijk
- Geluid: naïeveling (hulp, bestand)
- IPA: / naˈʔivəˌlɪŋ / (4 lettergrepen)
- na·ie·ve·ling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | naïeveling | naïevelingen |
| verkleinwoord | naïevelingetje | naïevelingetjes |
de naïeveling m
- persoon die naïef is, een onnozel, argeloos mens
- Het woord naïeveling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "naïeveling" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ling in het Nederlands
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %