muziekstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ziek·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord muziekstuk muziekstukken
verkleinwoord muziekstukje muziekstukjes

Zelfstandig naamwoord

muziekstuk o

  1. (muziek) een muzikaal werk om te spelen en/of zingen.
    • Het muziekstuk werd geschreven door een componist. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be