muziekkamertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ziek·ka·mer·tje

Zelfstandig naamwoord

muziekkamertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord muziekkamer