mutisme
Uiterlijk
- mu·tis·me
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mutisme | - |
| verkleinwoord | - | - |
het mutisme o
- (medisch) onvermogen om te spreken
- Het kan zijn dat sommige kinderen selectief mutisme gedeeltelijk ontwikkelen door problemen binnen het gezin.
- Het woord mutisme staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "mutisme" herkend door:
| 55 % | van de Nederlanders; |
| 76 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| mutisme | le mutisme | mutismes | les mutismes |
mutisme m
- (medisch) mutisme
- stilzwijgen; zwijgzaamheid; het stil zijn
- [1] mutité
- ↑ mutisme (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -isme in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 55 %
- Prevalentie Vlaanderen 76 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -isme in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Medisch in het Frans