Naar inhoud springen

mutisme

Uit WikiWoordenboek
  • mu·tis·me
  • Van het Latijnse mutus met het achtervoegsel -isme.
enkelvoud meervoud
naamwoord mutisme -
verkleinwoord - -

hetmutismeo

  1. (medisch) onvermogen om te spreken
    • Het kan zijn dat sommige kinderen selectief mutisme gedeeltelijk ontwikkelen door problemen binnen het gezin. 
55 %van de Nederlanders;
76 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  mutisme     le mutisme     mutismes     les mutismes  

mutisme m

  1. (medisch) mutisme
  2. stilzwijgen; zwijgzaamheid; het stil zijn