mute

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mute

Werkwoord

vervoeging van
muten

mute

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van muten
    • Ik mute. 
  2. gebiedende wijs van muten
    • Mute! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van muten
    • Mute je? 

Gangbaarheid

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
mute muter mutest

Bijvoeglijk naamwoord

mute

  1. stom, niet in staat tot spreken, geluidloos
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
mute mutes

Zelfstandig naamwoord

mute

  1. stomme, iemand zonder spraakvermogen
  2. demper voor muziekinstrumenten
  3. instelling waarmee muziek, spraak of ander geluid dat een apparaat laat horen tijdelijk wordt onderdrukt
vervoeging
onbepaalde wijs to  mute 
he/she/it  mutes 
verleden tijd  muted 
voltooid
deelwoord
 muted 
onvoltooid
deelwoord
 muting 
gebiedende wijs  mute 

Werkwoord

mute

  1. overgankelijk laten zwijgen, zorgen dat iets niet langer geluid maakt


Toki Pona

mute in Sitelen Pona
Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·te
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

mute

  1. hoeveelheid, aantal

Bijvoeglijk naamwoord

mute

  1. veel, meerdere

Hoofdtelwoord

mute

  1. drie of meer
  2. (in samengestelde getallen) twintig