museler
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| museler |
muselais |
muselé |
| eerste groep | volledig | |
museler
- overgankelijk: een dier, iemand of een organisatie muilkorven
- «Un chien doit être muselé .»
- Een hond moet gemuilkorfd zijn.
- «Un chien doit être muselé .»
- ↑ museler (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.