mulder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mul·der
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘molenaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mulder mulders
verkleinwoord muldertje muldertjes

Zelfstandig naamwoord

mulder m

  1. (beroep) molenaar
    • Mulder en Smulders zijn tegenwoordig een veel voorkomende achternamen omdat mulder vroeger een veel voorkomend beroep was. 
  2. (insecten) meikever
    • De mulder staat bekend als een belangrijk plaaginsect omdat de larven schade kunnen toebrengen aan door de mens geteelde gewassen. 

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.

Verwijzingen