muizen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mui·zen

Zelfstandig naamwoord

muizen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord muis
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
muizen
muisde
gemuisd
zwak -d volledig

Werkwoord

muizen

  1. (van katten) op muizen jagen
  2. (figuurlijk) stilletjes peuzelen
Afgeleide begrippen