Naar inhoud springen

muizen

Uit WikiWoordenboek
  • mui·zen
  • In de betekenis van ‘muizen vangen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]

demuizenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord muis
     ' Nella kijkt naar de hoek van de cel, waar pasgeboren muizen in het stro ritselen en blindelings over de andere vertrouwde lijfjes in het nestje krioelen.[2]
     'Wil geen muizen vangen, maar doet zich graag tegoed aan ons ontbijt.[3]
     's Nachts bleken de muizen feest te vieren, vooral in de keuken, dus installeerde mijn vader overal muizenvallen.[4]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
muizen
muisde
gemuisd
zwak -d volledig

muizen

  1. (van katten) op muizen jagen
  2. (figuurlijk) stilletjes peuzelen
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "muizen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  4. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be