muiten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mui·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘oproer maken’ voor het eerst aangetroffen in 1358 [1] [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
muiten
muitte
gemuit
zwak -t volledig

Werkwoord

muiten

  1. inergatief het in opstand komen tegen wettige autoriteit (specifiek voor militairen of bemanningen van schepen)
  2. inergatief (valkerij) het jeugdkleed verwisselen voor het verenkleed van de volwassen vogel
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

muiten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord muit

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie