mozaïek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het 'mozaïek van de "Maple Leaf" (kauwgomfabriek) op Wikipedia (nl) anno 20-4-1956

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·za·iek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inlegwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1679 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord mozaïek mozaïeken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mozaïek o [3]

  1. figuur van kleine, ingelegde stukjes glas, steen, hout e.d, inlegwerk
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen