mouvement
Uiterlijk
- mou·ve·ment
- uit het Frans[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mouvement | mouvementen |
| verkleinwoord |
het mouvement o
- Het woord mouvement staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "mouvement" herkend door:
| 49 % | van de Nederlanders; |
| 54 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| mouvement | le mouvement | mouvements | les mouvements |
mouvement m
- beweging [1]; het veranderen van locatie
- beweging [2]; van plaats/positie veranderen
- beweging [3]; organisatie
- voortgang
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 49 %
- Prevalentie Vlaanderen 54 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans