motsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mot·sen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

motsen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
motsen
motste
gemotst
zwak -t volledig
  1. verminken van een dier
  2. de oren korten van een dier
  3. iemand doden of iemand verscheuren
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

motsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mots

motsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord motse

Gangbaarheid

16 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen