motorzaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·tor·zaag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord motorzaag motorzagen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

motorzaag v / m

  1. (gereedschap) door een motor aangedreven kettingzaag
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie