motie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels of Frans, in de betekenis van ‘uitspraak in een vergadering’ voor het eerst aangetroffen in 1817 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord motie moties
verkleinwoord motietje motietjes

Zelfstandig naamwoord

motie v [3]

  1. (politiek) een middel waarmee een lid van een vergadering een discussiepunt, dat niet al op de agenda staat, voor kan leggen aan een vergadering
     In Maastricht, bij het jaarlijkse congres tijdens de WK wielrennen, heeft de UCI een motie aangenomen om "pogingen om de pijnlijke aspecten van de wielergeschiedenis te exploiteren" te negeren.[4]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen