moslima

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mos·li·ma
enkelvoud meervoud
naamwoord moslima moslima's
verkleinwoord moslimaatje moslimaatjes

Zelfstandig naamwoord

moslima v

  1. vrouwelijke moslim, moslimvrouw
    • De moslima droeg geen boerka. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie