mortifica
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| mortificar |
mortifica
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mortificar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mortificar
| vervoeging van |
|---|
| mortificarse |
mortifica
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mortificarse