mopperen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mop·pe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mopperen
mopperde
gemopperd
zwak -d volledig

Werkwoord

mopperen

  1. (inergatief) onvrede uiten
    Er werd erg gemopperd over de slechte examenresultaten.
Vertalingen