monotonie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·to·nie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monotonie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

monotonie v

  1. door gebrek aan contrasten saai en eentonig
    • Ten opzichte van het oude beursgebouw staat de nieuwe toren min of meer geïsoleerd. Grijs en hoog, maar ook weer niet te hoog. Braaf vormgegeven, met stuk voor stuk dezelfde langwerpige ramen en dezelfde langgwerpige stenen. In de gevel springt hier en daar een gedeelte uit, maar de monotonie van het ontwerp wordt er niet door doorbroken. [1] 
    • Dat ze er gekomen zijn, is te danken aan het initiatief van enkele buurtbewoners. Alleen dat al is een reden om hun aanwezigheid te waarderen. Vooral ’s avonds, als ze hun schemerachtige licht verspreiden, doorbreken ze op een plezierige manier de monotonie van het houten huis dat deze wijk domineert. Een sfeerloos, onbetekenend pleintje wordt dan zo waar feeëriek. Hier, onder de schemerlamp, kan de jeugd zich verzamelen in de huiskamer van de wijk. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen