monolithischers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·li·thi·schers

Bijvoeglijk naamwoord

monolithischers

  1. partitief van de vergrotende trap van monolithisch
    • Dat is iets monolithischers...