monogenese

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·ge·ne·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monogenese -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

monogenese v

  1. (biologie) afstamming van de mensen van één enkel paar (zoals Adam en Eva)
  2. (biologie) ongeslachtelijke voortplanting

Gangbaarheid

Meer informatie