Naar inhoud springen

mondeling

Uit WikiWoordenboek
  • mon·de·ling
  • Afgeleid van mond met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen mondelingmondelingermondelingst
verbogen mondelingemondelingeremondelingste
partitief mondelingsmondelingers-

mondeling

  1. via het gesproken woord
    • Er is daar alleen een mondelinge afspraak over. 

mondeling

  1. op mondelinge wijze
    • Je kunt dat examen ook mondeling doen. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be