mollen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mol·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Romani, in de betekenis van ‘doden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1706 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mollen
molde
gemold
zwak -d volledig

Werkwoord

mollen

  1. overgankelijk ervoor zorgen dat iets niet meer werkt
    • Je hebt dat dure apparaat kundig gemold, zie ik? 
  2. overgankelijk (pejoratief) doden
    • Ze hadden hem al gemold, voor hij maatregelen kon treffen. 

Zelfstandig naamwoord

mollen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mol
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen