moetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moet·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord moetje moetjes

Zelfstandig naamwoord

moetje o dim. tant.

  1. een huwelijk ingegeven door zwangerschap
    • De geboorte van hun dochter na zeven maanden liet zien dat het een moetje geweest was. 

Zelfstandig naamwoord

moetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord moet
Woordafbreking
  • moe·tje

Zelfstandig naamwoord

moetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord moe

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.

Meer informatie