moest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moest

Werkwoord

vervoeging van
moeten

moest

  1. enkelvoud verleden tijd van moeten
    • Ik moest. 
    • Jij moest. 
    • Hij, zij, het moest. 
     Omdat het toen nog steeds te krap was, moest één jongen zittend in de hoek gaan slapen.[1]

Werkwoord

vervoeging van
moezen

moest

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moezen
    • Jij moest. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moezen
    • Hij moest. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van moezen
    • Moest! 

Bijvoeglijk naamwoord

moest

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van moe

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be