moest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moest

Werkwoord

vervoeging van
moeten

moest

  1. enkelvoud verleden tijd van moeten
    • Ik moest. 
    • Jij moest. 
    • Hij, zij, het moest. 

Werkwoord

vervoeging van
moezen

moest

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moezen
    • Jij moest. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moezen
    • Hij moest. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van moezen
    • Moest! 

Bijvoeglijk naamwoord

moest

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van moe

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.