moekim

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moe·kim
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord moekim moekims
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

moekim m

  1. bestuurlijke eenheid in Atjeh (oorspronkelijk een of meer dorpen of gehuchten die samen een moskee deelden, vergelijkbaar met een kerspel of parochie in het Nederlands)
Hyperoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

4 % van de Nederlanders;
1 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Het Atjehse woord is zeker weer ontleend aan het Arabisch, maar het is in het Nederlands gangbaar geworden ten tijde van de Atjehoorlog in de specifieke, hier vermelde betekenis. De etymologische bronnen die dit niet vermelden zijn daardoor wat misleidend.