moedwillig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moed·wil·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van moed en de stam van willen met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen moedwillig moedwilliger moedwilligst
verbogen moedwillige moedwilligere moedwilligste
partitief moedwilligs moedwilligers -

Bijvoeglijk naamwoord

moedwillig

  1. expres, opzettelijk, met (boze) opzet, weloverwogen
    • De moedwillige vernielingen door de hooligans maakten de mensen zeer boos. 
    • De Russische pro-Kremlin krant Komsomolskaja Pravda kreeg vannacht veel aandacht nadat een gedeelte uit een bericht werd verwijderd. Abusievelijk of moedwillig werd gemeld dat grote aantallen Russische militairen in Oekraïne zijn gesneuveld. In het artikel, waarin het Russische ministerie van Defensie werd geciteerd, stond dat sinds het begin van de oorlog 9861 soldaten zouden zijn omgekomen en 16.153 gewond zijn geraakt. Het bericht werd na online publicatie korte tijd later aangepast. [2] 
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen