moederschip

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] kangoeroeschip / moederschip
Uitspraak
Woordafbreking
  • moe·der·schip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord moederschip moederschepen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

moederschip o

  1. groot schip dat kan dienen als thuisbasis voor dochterboten
  2. schip dat lichters kan meenemen (kangoeroeschip)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie