modderaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mod·de·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord modderaar modderaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

modderaar m [1]

  1. iemand die zoekt naar een compromis
    • Zoo'n middelman,
      Wat heb je er an?
      Zoo'n sukkelaar,
      Zoo'n modderaar! [2]
       
    • En voeg daarbij het bespottelijke: men moet partij kiezen! O, 't is volkomen waar: een middenman, een modderaar. Indien ge strijd moet voeren, kies partij, dit is natuurlijk, onvermijdelijk. Maar juist de politicus is vaak de modderaar, de man die de partijen ontziet, die met anders te spreken dan hij meent of met concessies, liefst in schijn, een meerderheid bijeen tracht te goochelen. [3] 
  2. onhandig persoon
  3. (beroep) (verouderd) iemand die met een baggerbeugel werkt
  4. liefhebber van modder
    • Voor mensen die rennen op de weg wat eentonig vinden zijn er zogeheten Mud Races, of Obstacle Races. Rennen door modder, water, over obstakels. In Rotterdam is er op 30 mei en 1 april een groot moeilijkrennen-evenement: de Fisherman’s Friend Strong Run. Geschikt voor de meest uiteenlopende vaardigheden. Wie nog niet veel gewend is, kan meedoen aan een race over 1,6 kilometer bijvoorbeeld, of over 7 kilometer. Meer ambitieuze modderaars kunnen 12 of 21 kilometer rennen. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. (1869)–P.A. de Génestet De man van 't ware midden.
  3. (1906-1907)– [tijdschrift] Hollandsche Lelie, De Politiek.
  4. NRC 8 januari 2016 Mud Race