mocassin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·cas·sin
enkelvoud meervoud
naamwoord mocassin mocassins
verkleinwoord mocassinnetje mocassinnetjes

Zelfstandig naamwoord

mocassin m

  1. een Noord-Amerikaans indianenschoeisel
    • Omdat hij niet gewend was op mocassins te lopen, had hij op het schelpenpad wel wat last van zijn voeten. 
  2. een leren lage schoen, zonder veters
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie