misvatting
Uiterlijk
- Geluid: misvatting (hulp, bestand)
- mis·vat·ting
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | misvatting | misvattingen |
| verkleinwoord | misvattinkje | misvattinkjes |
de misvatting v
- (verouderd) letterlijk: een verkeerde greep
- figuurlijk: een verkeerd begrip over iets hebben
- Het is een misvatting van je te denken dat ik die rommel van je opruim, dat doe je maar lekker zelf.
- [1] misgreep, miskleun, mistasten
- [2] misverstand
- [2] dwaling, fout, misser, misslag, onjuistheid, waanidee, misverstand, waanbeeld
- op een misvatting berusten
- hierover bestaan misvattingen
- Het woord misvatting staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "misvatting" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be