misogaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·so·gaam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord misogaam misogamen
verkleinwoord misogaampje misogaampjes

Zelfstandig naamwoord

misogaam m

  1. iemand die een afkeer van het huwelijk heeft

Gangbaarheid

43 % van de Nederlanders;
46 % van de Vlamingen.

Verwijzingen