misleidde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·leid·de

Werkwoord

vervoeging van
misleiden

misleidde

  1. enkelvoud verleden tijd van misleiden
    • Ik misleidde. 
    • Jij misleidde. 
    • Hij, zij, het misleidde.