misdragen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·dra·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
misdragen
misdroeg
misdragen
klasse 6 volledig

Werkwoord

misdragen

  1. wederkerend zich ~: gedrag vertonen dat niet door de beugel kan
    • Hij verscheen dronken op de begrafenis en misdroeg zich er vreselijk. 
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van misdragen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
misdragen

misdragen

  1. voltooid deelwoord van misdragen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.