misdaadplek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·daad·plek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord misdaadplek misdaadplekken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

misdaadplek v/m

  1. de plaats waar een misdaad is gepleegd
    • Op het moment dat er zo'n algemene bank is, zal iedere Nederlander permanent moeten bijhouden waar hij is, op welk tijdstip, wie dat kunnen getuigen etc. En moeten vermijden dat hij uren geen alibi heeft. Want het is gewoon wachten op politie aan de deur omdat jouw DNA op een misdaadplek is gevonden. [1] 
    • De DNA-matches voeden de hoop op een doorbraak in honderden zaken. „Het is niet omdat we weten van wie het DNA is dat op een misdaadplek voorkwam, dat die persoon ook de dader is, maar het biedt speurders nieuwe aanwijzingen, aanknopingspunten en mogelijke verdachten om een zaak alsnog op te lossen”, aldus Jan De Kinder van het Belgische Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie). [2] 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. De Telegraaf 20 jan. 2014 'Alle Nederlanders in een DNA-bank'
  2. De Telegraaf 31 jul. 2014 'In een klap doorbraak in 576 misdrijven'
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be