minutieus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·nu·ti·eus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zeer nauwkeurig’ voor het eerst aangetroffen in 1858 [1]
  • afgeleid van het Franse minutieux (met het achtervoegsel -eus) [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen minutieus minutieuzer minutieust
verbogen minutieuze minutieuzere minutieuste
partitief minutieus minutieuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

minutieus [4]

  1. haarfijn
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen