minnenijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • min·ne·nijd
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van min (liefde) en nijd (haat) met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord minnenijd -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

minnenijd m

  1. jaloezie in de liefde
    • Hebt gij nooit de starende ogen, uit de schaduw der vensterbogen onder ’t schitterend kronenlicht, op een maagd, wier lieflijk bloeien heel ons harte deed ontgloeien, dol van minnenijd gericht? (Minnenijd, E.J. Potgieter). 
  2. afgunst in de liefde
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.

Meer informatie