minivan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

minivan
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·ni·van
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord minivan minivans
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

minivan m

  1. een auto met veel ruimte, hoger dan een personenauto maar meestal wel gebouwd op de vloerplaat van een personen auto
    • Renault timmert nog altijd stevig aan de weg. Door nieuwe modellen als de Kadjar en de Espace-minivan steeg de winst van de Franse automaker in het eerste halfjaar met niet minder dan 41 procent. Vooral in Europa vinden de nieuwe auto's gretig aftrek. Buiten Europa zijn de resultaten wisselend. [1] 
    • De twee vaders werden met brandwonden aan hun armen naar het Henry Mayo Newhall Ziekenhuis gebracht. Waardoor de vrachtwagen tegen de minivan reed, is nog niet duidelijk. [2] 
    • Koert Groeneveld stuurt zijn minivan door de drukke straten. De Nederlander woont zelf een eindje buiten de stad. Hij vertelt over vrienden die een huis 'in het dal' willen kopen. Een eenvoudig driekamerappartement, keukentje erbij, badkamer. ,,Daar betaal je in Stuttgart inmiddels vijf of zes ton voor. Het gaat goed met de economie, steeds meer mensen willen in de stad wonen, maar er is geen bouwgrond meer over." [3] 

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen