minibuss

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
En minibuss
Een minibus

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·ni·buss
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Noorse zelfstandige naamwoord buss met het voorvoegsel mini-
Naar frequentie 52121
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   minibuss     minibussen     minibusser     minibussene  
genitief   minibuss'     minibussens     minibussers     minibussenes  

Zelfstandig naamwoord

minibuss, m

  1. (verkeer) minibus (met maximaal 17 zitplaatsen)
Hyperoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·ni·buss
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nynorske zelfstandige naamwoord buss met het voorvoegsel mini-
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   minibuss     minibussen     minibussar     minibussane  

Zelfstandig naamwoord

minibuss, m

  1. (verkeer) minibus (met maximaal 17 zitplaatsen)
Hyperoniemen