Naar inhoud springen

miniatuur

Uit WikiWoordenboek
  • mi·ni·a·tuur
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleine geschilderde illustratie’ voor het eerst aangetroffen in 1612 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord miniatuur miniaturen
verkleinwoord miniatuurtje miniatuurtjes

deminiatuurv

  1. Een model, een hanteerbare weergave. In het geval van een miniatuur: een verkleinde weergave.
     Algauw gingen ze over in strelingen, en die strelingen werden het onmiskenbaar koppeltjeduikelen van een mens in miniatuur.[3]
     Als ze het pakje openmaakt, ziet ze dat er maar één miniatuur in zit.[4]
     In elke kamer staat een miniatuurtje van de miniatuur die zij heeft ontvangen: de groene stoelen, de luit, de wieg.[4]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]