minderjarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • min·der·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘nog niet mondig’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1]
  • Samenstellende afleiding van minder en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen minderjarig
verbogen minderjarige
partitief minderjarigs

Bijvoeglijk naamwoord

minderjarig

  1. (juridisch) onder de 18 jaar, waardoor de rechten en plichten van een volwassene nog niet gelden
    • Volgens haar woordvoerder is het contract niet rechtsgeldig, omdat ze toen nog minderjarig was. 
     Het gerechtshof in Amsterdam heeft Keith Bakker woensdag in hoger beroep veroordeeld tot achttien maanden cel voor het verkrachten van een minderjarig meisje. Het OM eiste eind juni zes jaar cel en tbs met dwangverpleging, maar de straf viel fors lager uit. Volgens het hof is bewijs voor dwang in de relatie niet gevonden.[2]
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen